.png)
“Leiderschap is niet wie het hardst roept,” zegt Hans rustig. “Het is wie overeind blijft als het spannend wordt.” Bij Defensie leert hij jonge officieren leidinggeven in omstandigheden waarin fouten directe gevolgen hebben. Niet de titel, maar het karakter maakt het verschil. “Je kunt alles leren over strategie en structuur,” zegt hij, “maar wie geen zelfinzicht heeft, verliest zijn team bij de eerste tegenslag.” In zijn wereld is leiderschap geen status, maar een verantwoordelijkheid.
Hans benadrukt dat vertrouwen de brandstof is van elk team — in het leger én daarbuiten. “Zonder vertrouwen kun je niet leiden. Punt.” Hij vertelt hoe militairen leren elkaar te volgen zonder elke beslissing ter discussie te stellen. “Je kunt niet overleggen in het vuur van de strijd. Dan moet er blind vertrouwen zijn.” Toch is dat vertrouwen niet vanzelfsprekend; het wordt opgebouwd door eerlijkheid, consistentie en kwetsbaarheid. “Mensen volgen je niet omdat ze moeten, maar omdat ze willen.”
“Leiderschap is koers geven, ook als de mist dichttrekt,” zegt Hans. Hij vergelijkt het met navigeren zonder zicht: “Je moet weten waar je heen wilt, maar ook kunnen bijsturen als de realiteit verandert.” In zijn visie betekent richting geven niet alles weten, maar durven beslissen. “Soms heb je maar 60 procent van de informatie. Dan moet je kiezen, verantwoordelijkheid nemen, en de rest onderweg leren.” Die houding — besluitvaardig maar reflectief — is volgens hem wat militair en zakelijk leiderschap met elkaar verbindt.
Defensie is strak georganiseerd, maar Hans maakt duidelijk dat hiërarchie geen excuus mag zijn om menselijkheid te verliezen. “Je kunt discipline eisen en toch benaderbaar zijn,” zegt hij. Hij vertelt hoe jonge commandanten leren om te luisteren, niet alleen te bevelen. “Een goede leider is niet de baas, maar de bewaker van vertrouwen.” In zijn lessen draait het om evenwicht: duidelijk zijn zonder hardheid, empathisch zonder zwakte. Dat, zegt hij, is misschien wel de moeilijkste vorm van kracht.
“Na elke missie reflecteren we,” vertelt Hans. “Wat ging goed? Wat kon beter? Wat neem je mee?” Hij gelooft dat reflectie het verschil maakt tussen ervaring en wijsheid. “Veel mensen maken fouten, maar niet iedereen leert ervan. Reflectie dwingt je om stil te staan — juist in een wereld die altijd doordendert.” Ook in het bedrijfsleven, zegt hij, is dat onmisbaar. “Wie nooit reflecteert, herhaalt zijn fouten in een nieuw jasje.”
1. Echte leiders blijven kalm als het stormt.
2. Vertrouwen is geen emotie, maar een keuze.
3. Richting geven is durven beslissen met onzekerheid.
4. Menselijkheid is geen zwakte, maar kracht.
5. Groei begint bij zelfreflectie, niet bij succes.
Hans van Griensven laat zien dat leiderschap begint waar ego eindigt. Zijn visie ademt rust, discipline en menselijkheid — drie woorden die zelden samen in één zin voorkomen. In een tijd waarin leiders vaak zoeken naar zichtbaarheid, kiest hij voor inhoud. Niet het volume van de stem telt, maar de stevigheid van het kompas. Echte leiders, zegt hij, leiden niet met macht, maar met karakter.